Afgelopen weekend gaf ik een specialty cursus Perfect trimmen van SSI op duikplaats Kerkweg in Den Osse. Het zonnetje scheen, het was niet druk en het zicht was uitstekend. Kortom, prima omstandigheden om twee duikjes vol met oefeningen te maken. Op de parkeerplaats van de duiklocatie wil je bij het op- en afbouwen en omkleden nog wel eens wat dingen opvangen. Zo vertelde een duiker die net uit het water kwam dat hij voor het eerst een soort steenvis was tegen gekomen en best wel een forse als ik het goed begrepen heb. “Een zeedonderpad”, wist iemand te vertellen, een veel voorkomende soort in Zeeland en zeker geen steenvis. Maar is dat wel zo?

Zeedonderpadden in Zeeland

Groene zeedonderpad - Foto: Yoeri van Es
Groene zeedonderpad (Taurulus bubalis) – Foto: Yoeri van Es

In Zeeland komen twee soorten zeedonderpadden voor, de Gewone zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) en de Groene zeedonderpad (Taurulus bubalis). Beiden zijn wat ronde vissen met een brede, platte kop en dikke lippen. De eerste twee rugvinnen hebben stevige stekels. De gewone zeedonderpad wordt iets groter (30 cm) dan de groene (20 cm). De groene zeedonderpad heeft twee korte witte draadjes aan de mondhoeken en de bovenste stekel op de rand van de kieuwplaat is groter dan de oogdiameter. Bij de gewone zeedonderpad is deze kleiner.

Beide vissen zijn bruin tot groen van kleur, hoewel ook wit, oranje en geel of met rode tinten voor kan komen. De kleuren worden feller in de paaitijd, die plaatsvindt in de wintermaanden. Aan het begin van het jaar of het vroege voorjaar kan je dan ook veel zeedonderpadden met eieren tegen komen. Het verschil tussen groen en gewoon is dan ook een stuk duidelijker: de groene zeedonderpad legt bleekgroene eieren, de gewone zeedonderpad felrode. Vissers kennen de gewone zeedonderpad ook wel als de knorhaan.

Familie van de donderpadden

Gewone zeedonderpad - Foto: Yoeri van Es
Gewone zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) – Foto: Yoeri van Es

De familie donderpadden (Cottidae) bestaat uit ongeveer 70 geslachten met in totaal zo’n 250 tot 300 soorten. Je vindt deze vissen op het noordelijk halfrond en rond Nieuw-Zeeland. In Nederland komt naast groene en gewone zeedonderpadden ook nog de rivierdonderpad (Cottus perifretum) voor.

Donderpadden komen uit de orde van de schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes), net zoals de steenvissen (Synanceiidae) en schorpioenvissen (Scorpaenidae). Het is dus niet zo gek om te denken dat je te maken hebt met een steenvis wanneer je een donderpad tegenkomt. Immers is het ook een goed gecamoufleerde vis met scherpe stekels. Desondanks is het wel duidelijk een andere familie vissen (ook al is er wat onenigheid over de exacte indeling van de steenvis).

Giftige stekels

Gewone zeedonderpad - Foto: Yoeri van Es
Gewone zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) – Foto: Yoeri van Es

Een link leggen met de steenvis (het meest bekend is de rifsteenvis of Synanceia verrucosa) of schorpioenvissen, doet natuurlijk direct vragen oproepen over het gevaar van de stekels van de zeedonderpad. De stekels van de steenvis bevatten een sterk neurotoxine, dat hevige pijn veroorzaakt en een shock of verlamming kan veroorzaken. In sommige gevallen kan het zijn dat het lichaamsdeel dat aangedaan is, afsterft en geamputeerd moet worden. Ook schorpioenvissen hebben vaak giftige stekels.

De Nederlandse donderpadden zijn echter niet zo gevaarlijk. Hoewel een steek van de zeedonderpad erg pijnlijk kan zijn en een ontsteking kan veroorzaken, is deze vis niet giftig en vormt dan ook geen gevaar.

Foto’s door Yoeri van Es Photography