Kunstmatig aangelegde riffen van natuurlijk materiaal moeten oude historische scheepswrakken gaan beschermen in Werelderfgoed Waddenzee. Zo kan de biodiversiteit van de Waddenzee worden bevorderd en de cultuurhistorie worden beschermd. De eerste proef wordt deze zomer beoogd.

In de gehele Waddenzee liggen vele honderden scheepswrakken, vaak van cultuurhistorisch belang. Het is voor het behoud van deze wrakken belangrijk dat ze niet door stroming, paalworm, erosie of illegale activiteiten worden aangetast.

Nu worden vrijkomende wrakken via kunstmatige structuren beschermd door deze af te dekken met bijvoorbeeld steigergaas. Hierdoor wordt zand onder het gaas ingevangen en raakt het wrak bedekt met een zandbult. Door verandering van stroming wordt dit na verloop van tijd aangetast. Natuurlijke structuren kunnen meegroeien met de ontwikkelingen van de zee. Een mosselbank biedt bescherming aan zo’n wrak maar filtert bovendien het water en is een uitstekende plek voor verschillende diertjes en planten. Het draagt bij aan de biodiversiteit en dat past goed bij de Werelderfgoedstatus”, aldus projectleider Hein Sas.

Handelsnatie

Het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hebben twee wrakken op Burgzand (ten oosten van Texel) uitgekozen voor de proef. Het gaat om de volgende schepen: de Burgzand Noord 2, een handelsvaarder uit de Gouden eeuw en de Burgzand Noord 4, een West-Indiëvaarder uit de 18e eeuw. Beide wrakken liggen in het deel van Burgzand dat is aangewezen als rijksmonument. Hier lag vroeger de Rede van Texel, het voorportaal voor de haven van Amsterdam. De ligging zorgde voor een natuurlijke bescherming bij stormen. Het drinkwater was bovendien van hoge kwaliteit. Op deze locatie zijn in de loop van de eeuwen veel schepen vergaan en het gebied is internationaal befaamd vanwege de grote aantallen goed geconserveerde scheepswrakken uit de 16de-20ste eeuw.

Proefproject en samenwerking

Over deze scheepswrakken wordt een fijnmazig “net” aangelegd. Daarop komen als proef verschillende materialen die ervoor moeten zorgen dat natuurlijke biobouwers (structuurvormende organismen) zich op het wrak gaan nestelen. Na verloop van tijd moet dan duidelijk worden welk materiaal het beste resultaat biedt qua natuurontwikkeling en wat de kosten kunnen zijn om dit verder toe te gaan passen voor andere wakken in de Waddenzee. Martijn Manders, maritiem archeoloog bij de Rijksdienst: We werken al jaren in de Waddenzee aan het fysiek beschermen van wrakken, door dit nu samen te laten gaan met natuurlijke ontwikkeling combineren we best of both worlds. Tussentijdse monitoring en onderzoek, zowel boven- als onderwater worden ingezet om te kijken wat de resultaten zijn en of we onze aanpak moeten aanpassen. Dit doen we samen met sportduikers en amateur archeologen die zeer actief zijn onderwater en ons helpen om het beheer van de wrakken vorm te geven.

Coverfoto: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed