Op 3 maart jl. heeft de Britse regering de op 22 september 1914 getorpedeerde drie kruisers ‘Aboukir’, ‘Cressy’, en ‘Hogue’ onder Britse beschermende wetgeving gebracht; onder de ‘Protection of Military Remains Act 1986’. Deze wrakken zijn populaire duikobjecten voor Nederlandse wrakduikers. Op deze wrakken mag nog steeds worden gedoken, maar nieuw is dat er niets meer mag worden aangeraakt.

Erfgoed bescherming

Samen met de intussen in ons eigen land van kracht geworden Erfgoedwetgeving hebben deze schepen eindelijk die bescherming gekregen die ze al meer dan 100 jaar hadden moeten hebben. De kruisers zijn met het verstrijken van de jaren prachtig begroeide wrakken geworden. Mooie laatste rustplaatsen voor 1459 mannen die in 1914 zijn omgekomen en waarvan velen zich nog in deze schepen bevinden. Deze gebeurtenis is de grootste scheepsramp die op de Noordzee heeft plaatsgevonden en die ook wel bekend staat als ‘The Live Bait Squadron’.

Wrakken in de Noordzee

Stichting Duik de Noordzee Schoon zet zich al jaren in voor de bescherming van de wrakken in de Noordzee. Het feit dat de wrakken op de Engelse lijst staan is veelbelovend en hopelijk een garantie dat wrakslopers die metalen voor geldelijk gewin bergen deze wrakken met rust laten. De stichting gaat ervan uit dat er nu genoeg reden is om de wetshandhaving op zee nog serieuzer te nemen. Ondanks het feit dat in 2014, 100 jaar na dato, de wrakken al uitgebreid in het nieuws kwamen, ging door gebrek aan erkenning door Engeland en aan handhaving het slopen nog gewoon door.

Het is ook extra waardevol dat morgen (vrijdag 17 maart) Henk van der Linden, de Nederlandse oprichter/voorzitter van ‘The Live Bait Squadron Society’ uit de handen van de Britse ambassadeur een Britse Koninklijke onderscheiding krijgt op de ambassade. Dit voor zijn inspanningen ten behoeve van de familieleden van de mannen op de kruisers èn voor het behoud van de schepen. Hij wordt Member van The Order of The British Empire (BEM).