Home Vaardigheden Duikveiligheid Decompressieziekte

Decompressieziekte

0
Decompressieziekte
De decompressietank in het ADRZ in Goes kan tien mensen tegelijk behandelen.

Duiken is een prachtige sport. Door de mooie omgeving en de rust onderwater zou je bijna vergeten dat het toch ook risico’s met zich mee brengt. Tijdens en na het duiken kan je te maken krijgen met drie types aandoeningen:

  • Aandoeningen waarbij het beloop wel door duiken kan worden beïnvloed maar niet direct met het duiken zelf te maken hebben (bijvoorbeeld een hartinfarct, epileptisch insult)
  • Aandoeningen die te maken hebben met het verblijf in water (bijvoorbeeld onderkoeling)
  • Aandoeningen die te maken hebben met het verblijf onder water: de specifieke duikziekten.

In deze column wordt elke keer een aandoening uitgelicht.

Door D.F.M. van Winden (arts-assistent Hyperbare Zuurstoftherapie
) & T.P. van Rees Vellinga (arts Hyperbare Geneeskunde).

Inleiding decompressieziekte

Decompressieziekte werd oorspronkelijk beschreven bij caissonwerkers. Caissons waren containers die onder water lagen bij o.a. de bouw van bruggen en tunnels. Er werd onder verhoogde luchtdruk gewerkt in de caissons. Bij terugkeer naar normale omgevingsdruk kregen de caissonwerkers regelmatig last van een onbekende ‘caissonziekte’. Later werd dit decompressieziekte (DCZ) genoemd. De klachten bij DCZ ontstaan door het vrijkomen van gasbellen in de bloedsomloop en weefsels bij het opstijgen. Dit gas was tijdens de duik opgelost in het lichaamsweefsel. De gasbellen kunnen onder andere bloedvaten naar belangrijke organen afsluiten, ontstekingsreacties veroorzaken en weefsels verdrukken. Deze processen kunnen veel schade aanrichten en een grote verscheidenheid aan klachten geven. Het onderkennen van DCZ en een adequate behandeling is van groot belang voor goede kans op volledig herstel!

Het ontstaan van DCZ

Als een duiker afdaalt, neemt de druk in ons lichaam toe volgens de [simple_tooltip content=’Bij een constante temperatuur is het volume van een gas omgekeerd evenredig met de er op uitgeoefende druk. Zo is de dichtheid van een gas op een diepte van 10 m., 2 atmosfeer, twee keer groter dan de dichtheid van datzelfde gas op 0 meter (1 atmosfeer).’]wet van Boyle[/simple_tooltip]. De druk bepaalt de hoeveelheid stikstof die in het lichaam wordt opgenomen. Naarmate de duik dieper is, wordt de druk hoger en wordt er meer stikstof in ons lichaam opgelost. De relatie daartussen wordt beschreven in de [simple_tooltip content=”De hoeveelheid van een gas die bij een gegeven temperatuur in een vloeistof is opgelost, is direct evenredig met de grootte van de partiële druk die door dat gas wordt uitgeoefend.”]wet van Henry[/simple_tooltip]. Omgekeerd komt er bij afnemende druk (opstijgen) stikstof vrij. De overmaat aan vrijgekomen stikstof verdwijnt weer uit het lichaam via de longen. Bij een te snelle opstijging echter, verlaat het opgeloste stikstof zo massaal de weefsels dat de longen dit niet kunnen verwerken. Dit kan leiden tot stikstofbellen in de lichaamsweefsels en bloedsomloop: DCZ.

Ook duiktijd speelt een rol: het lichaam bestaat uit verschillende weefsels met verschillende opname snelheden voor gas. Snelle weefsels (bloed, longweefsel) zijn eerder verzadigd met stikstof dan langzame weefsels (botweefsel). Naarmate de duiktijd langer is, raken ook de langzame weefsels verzadigd met stikstof. Hierdoor verminderd de doorbloeding van de weefsels, waardoor de stikstof ook langzamer wordt afgegeven.

Sinds het bestaan van duiktabellen, de eerste werd in 1908 ontworpen door J.S. Haldane, komt DCZ minder voor. Helaas is duiken binnen de tabel geen garantie. De volgende factoren geven een verhoogde de kans op DCZ: [simple_tooltip content=”Hoe lager de temperatuur, hoe groter de oplosbaarheid van een gas. In koud water of een koud lichaam wordt dus meer stikstof worden opgelost.”]kou[/simple_tooltip], vermoeidheid, verminderde conditie, oudere leeftijd, [simple_tooltip content=”Inspanning tijdens het duiken, bijvoorbeeld bij caisson- en tunnelwerk, verhoogd het risico op DCZ.”]zwaar werk[/simple_tooltip], [simple_tooltip content=”Bij o.a. COPD is er sprake van een verminderde capaciteit van de long waardoor eerder belvorming optreedt en COPD-ers sneller DCZ krijgen.”]longziekten[/simple_tooltip], uitputting, verontreinigde perslucht, [simple_tooltip content=”Atriumseptumdefect, de meest voorkomende aangeboren hartafwijking bij volwassenen. Bellen kunnen door shunting tussen de linker en rechter boezem door het niet gesloten foramen ovale in de lichaamscirculatie terechtkomen en vandaaruit functiestoornissen in de organen veroorzaken.”]hartaandoening ASD[/simple_tooltip], [simple_tooltip content=”Omdat de druk in de cabine van een vliegtuig lager is dan die op zeeniveau, is er een aanzienlijk grotere kans op DCZ wanneer er te weinig tijd zit tussen het duiken en de vlucht, korter dan 12 uur na een duik, korter dan 24 uur na een decompressieduik of meerdere duiken in de dagen voor de vliegreis.”]vliegreis na de duik[/simple_tooltip].