UvA-onderzoekers zijn er samen met een internationaal team voor het eerst in geslaagd om kolonies van de ernstig bedreigde Caraïbische koraalsoort elandshoornkoraal (Acropora palmata) in het laboratorium op te kweken tot seksuele volwassenheid. Nog nooit eerder was het gelukt om een dergelijke Caraïbische koraalsoort tot reproductieve leeftijd op te kweken. De bevindingen van de onderzoekers zijn gepubliceerd in het meest recente nummer van het wetenschappelijk tijdschrift Bulletin of Marine Science.

Elandshoornkoraal

Elandshoornkoraal behoort tot de belangrijkste rifvormende koralen in het Caraïbisch gebied. Vanwege zijn grote omvang en takvormige structuur vormt elandshoornkoraal van oudsher grote wouden in ondiepe rifwateren, die de kust beschermen tegen stormen van zee en een cruciale habitat bieden voor ontelbare andere organismen die van het rif afhankelijk zijn, waaronder ecologisch en economisch belangrijke vissoorten. Elandshoornkoraal kwam vroeger op uitgebreide schaal voor in deze regio, maar is de afgelopen decennia met 80 tot 90 procent afgenomen.

‘We hebben kort geleden ontdekt dat elandshoornkoraal al na vier jaar seksueel volwassen is. Dat is voor ons groot nieuws,’ aldus Valérie Chamberland, promovendus aan het Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics (IBED) van de UvA. ‘We weten nu immers dat jonge koralen die in het laboratorium zijn gekweekt en op een rif worden geplaatst, al na vier jaar kunnen bijdragen aan de natuurlijke gametenpool tijdens het jaarlijkse paaimoment van elandshoornkoraal.’

Succesvolle benadering

Elandshoornkoralen planten zich slechts een- of tweemaal per twee jaar voort, doorgaans enkele dagen na de volle maan in augustus. Tijdens die paainachten geven de kolonies van Acropora synchroon hun gameten (voortplantingscellen) af in het water. De meeste traditionele technieken voor het kweken van koraal zijn gebaseerd op ‘koraalcultivatie’ (coral gardening), waarbij kleine fragmentjes worden geoogst uit kolonies op het rif om verder te worden opgekweekt in speciale kraamkamers. Daarna worden ze weer op het rif teruggeplaatst. Het onderzoeksteam – bestaande uit onderzoekers van de UvA, SECORE International en het Carmabi Marine Research Station – hanteert een nieuwe techniek, waarbij kleine hoeveelheden gameten worden verzameld door rondom de kolonies voorzichtig speciale netten te plaatsen en zo de in het water zwevende gametenpakketjes te vangen. Vervolgens worden de zaad- en eicellen in het laboratorium bij elkaar gebracht, zodat er via reageerbuisbevruchting koraalembryo’s ontstaan. De embryo’s ontwikkelen zich binnen enkele dagen tot larven die kunnen zwemmen en zich uiteindelijk vasthechten aan een speciaal ontwikkelde ondergrond. Na een korte kweekperiode wordt het substraat met daarop de jonge koralen op het rif geplaatst.

Specifieke oplossing

De volgende stap, volgens Chamberland, is nagaan of de gebruikte methode ook geschikt is voor riffen die ernstiger zijn aangetast dan het rif op de onderzoekslocatie. ‘Voor ieder afzonderlijk rif is een specifieke oplossing nodig om de oorzaken van de achteruitgang te kunnen aanpakken. Het uitzetten van in het laboratorium gekweekte koralen draagt alleen bij aan herstel van het rif als eerst de voornaamste oorzaken van de aantasting op die plek zoveel mogelijk worden weggenomen. Als volgende stap moeten we daarom onze technieken op een holistische manier gaan toepassen, in samenhang met andere beheersinstrumenten zoals visserijquota’s, kustbescherming en regelgeving tegen vervuiling.’

Foto van James St. John / CC BY 2.0